2.1. Bouwen aan een sterke samenhang, met een positieve identiteit

Bouwen aan een sterke samenhang, met een positieve identiteit: samen fier zijn  op Oostende, dat we samen vorm geven. We maken van Oostende een topstad inzake cultuur, toerisme, recreatie en sport.

 Ieder mens heeft behoefte aan samenhang en verbondenheid. Eenzaamheid is de grootste vijand van geluk. Wie in Oostende woont, heeft er behoefte aan te voelen dat hij deel is van onze stad. Hij heeft er nood aan zich Oostendenaar te voelen. En voelen dat je Oostendenaar bent, kun je pas als je het ook echt bent : als je er effectief bij hoort, als je met alle rechten en plichten die daar bijhoren, Oostendenaar bent. Als je als Oostendenaar gerespecteerd wordt door je medeburgers en hen zelf ook respecteert. Bouwen aan een gemeenschapsgevoel is daarom misschien de grootste uitdaging, zeker in een maatschappij die individueler wordt. Die algemene tendens is in een stad nog sterker aanwezig. Bovendien weten we dat in Oostende als kuststad, veel mensen vanuit het binnenland komen wonen. Familiale en sociale contacten zijn daardoor beperkter. In de voorbije jaren kwamen ook meer mensen vanuit het buitenland. Sociale samenhang is in Oostende dus een grote uitdaging.

Bouwen aan een gemeenschapsgevoel is niet de oplossing van alles, maar wel de rode draad door het geheel. Zonder het effectief gevoel erbij te horen, zonder effectief deel uit te maken van onze gemeenschap, zal het niet mogelijk zijn op andere vlakken succes te boeken.

Automatisch leidt samenhang ook tot een beter gevoel over de stad. Er is meer ruimte voor positieve in plaats van negatieve energie. Met een positieve identiteit: fier op Oostende. Fier op de vernieuwing die de stad de voorbije decennia gekend heeft en fier op wat we nog samen kunnen verbeteren. Finaal is dat een mooie doelstelling : zoveel mogelijk inwoners van Oostende die samen fier zijn om Oostendenaar te zijn.

In het DNA van Oostende zit dat het een stad is waar altijd wat te beleven valt. Niet altijd netjes gepolijst, wel kwaliteitsvol. In Oostende is altijd iets te doen, Oostende is stap voor stap een heuse Cultuurstad geworden en werd Europese sportstad. Maar er is geen reden om op onze lauweren te rusten. Oostende moet een topstad in Vlaanderen zijn.

Bouwen aan een sterke samenhang met een positieve identiteit: zoveel mogelijk Oostendenaars die samen fier zijn op Oostende, is onze eerste uitdaging. Oostende moet top zijn en we moeten dat samen vorm geven.

Om dat te doen hebben we een aantal prioritaire acties.

2.1.1. Actie 1: De permanente democratie

Het is fundamenteel belangrijk dat de inwoners van een stad permanent bij het beleid betrokken worden en zich ook permanent betrokken voelen. Vandaar ons project ‘Permanente democratie’. Dit project is niet tegengesteld aan de bestaande vormen van participatie zoals de wijkraden, de adviesraden, bewonersvergaderingen, enz. Het is aanvullend.  Concreet: elk jaar brengt het stadsbestuur honderd inwoners samen, die een aantal keren samenkomen om advies te geven over drie actuele thema’s waarover het bestuur nog moet beslissen.

Het moet gaan om een goede mix van mannen en vrouwen, Oostendenaars (al dan niet met een migratie-achtergrond), verschillende leeftijdscategorieën, spreiding over de verschillende stadswijken. De praktische organisatie daarvan besteden we uit aan een onafhankelijke organisatie die daarin gespecialiseerd is. Dat garandeert de kwaliteit van het proces. Dat zou meteen ook willekeur of eventuele (politieke) manoeuvres verhinderen. Elk jaar worden honderd andere inwoners aangeduid en komen uiteraard ook andere thema’s aan bod.

Is het advies van de honderd inwoners bindend? Nee, maar wanneer het bestuur daarvan wil afwijken, zal het daar goede redenen voor moeten hebben én zich publiek moeten verantwoorden.

Democratie draait rond drie assen: weten, discussiëren en beslissen. Je krijgt geen goed debat zonder voldoende kennis van de wettelijke, feitelijke, financiële en andere omstandigheden die meespelen. Dus moet de groep door deskundigen ondersteund worden. Discussiëren betekent niet zomaar wat tegen elkaar praten, laat staan roepen en schelden. Daar bestaan al meer dan genoeg andere fora voor. We moeten er dus voor zorgen dat die honderd inwoners hun mening kunnen geven en dat ze geholpen worden om die te onderbouwen, maar ook dat iedereen zo goed mogelijk naar elkaar luistert. Dat klinkt misschien allemaal wat schools, maar anders krijg je gewoon geen sereen inhoudelijk debat. Beslissen — in dit geval dus advies geven — houdt ook in dat het debat uitmondt in een gezamenlijk besluit, waarbij dus niet zomaar koppen worden geteld en de meerderheid tegen de minderheid wordt uitgespeeld. We zijn er sterk van overtuigd dat een lokaal bestuur dat zes jaar lang op deze manier en in alle openheid zijn belangrijke beslissingen voorbereidt, niet alleen betere beslissingen neemt, maar ook meer gemeenschappelijkheid en verbondenheid onder de inwoners creëert.

2.1.2. Actie 2 : Het samen-project : het Oostends investeringsfonds en een Oostendse aankoopcoöperatie.

Steden zijn belangrijke investeerders. Ze investeren bovendien in zaken die belangrijk zijn voor het dagelijks leven van hun inwoners: voetpaden, fietspaden, wegen, kinderopvang, infrastructuur voor sport en cultuur, enzovoort.

Steden lenen voor die investering geld bij de banken en betalen daarvoor (nu weinig) interest aan de banken, terwijl hun inwoners spaargeld hebben en daarvoor nauwelijks interest van hun bank ontvangen. Waarom zouden we dat niet veranderen? We richten een Oostends investeringsfonds op. Oostendenaars investeren en krijgen een opbrengst die iets boven het spaarboekje ligt. Het fonds moet toegankelijk zijn voor kleine en grotere spaarders. Daarom werkt het fonds met tranches van 20 tot 500 euro. Het maximale bedrag is 25.000 euro per jaar en per inwoner.

Het stedelijk investeringsfonds kan het opgehaalde geld uitsluitend uitlenen voor investeringen van het stadsbestuur, de stedelijke autonome bedrijven en het OCMW. We noemen het ‘Samenprojecten’. Projecten die onze stad beter maken. Als eerste project kunnen de vernieuwing van de toegang naar de Mercator nemen. We voorzien daar een nieuw lokaal voor het onthaal, een kleine giftshop, enz. De Mercator is van Oostende, dus kan het Oostends investeringsfonds hier in investeren. Sowieso zullen we in de toekomst meer zonnepanelen op overheidsgebouwen plaatsen. Ook hier kan het fonds investeren. Een nieuw dierenasiel is een ander voorbeeld. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Bij de bijeenkomsten van de 100 Oostendenaars, zoals we hierboven hebben aangegeven, kunnen de projecten geselecteerd worden.

Het beheer van het investeringsfonds wordt toevertrouwd aan onafhankelijke experts die, als vertegenwoordigers van de spaarders, om de zes maanden hun beheer verantwoorden bij de inwoners.

Op termijn moet het investeringsfonds ook op initiatieven die niet van de overheid uitgaan, kunnen inschrijven. Het warmtenet of investeringen in hernieuwbare energie zijn goede voorbeelden. Bij de investeringen kan ook de creatie van plaatselijke tewerkstelling een factor zijn om mee te nemen.

Over samenwerking spreken en het niet over coöperaties hebben? Dat kan toch niet! Coöperaties hebben een aantal belangrijke kenmerken: winst is ondergeschikt aan het algemeen belang, iedere coöperant heeft daadwerkelijk inspraak in het beleid, vernieuwende en duurzame initiatieven krijgen voorrang.

Heel wat inwoners hebben het moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. De voorbije jaren zijn de kosten voor een doorsnee gezin dan ook sterk gestegen, o.a. door de btw-verhoging op elektriciteit. Een Aankoopcoöperatie kan hiervoor oplossingen bieden. Groepsaankopen leveren lagere prijzen en serieuze kortingen op. Groepsaankopen zijn uiteraard niet nieuw, maar tot nu toe waren (lokale) overheden nogal terughoudend. Wij vinden dat de stad resoluut haar inwoners moet oproepen en stimuleren om massaal mee te doen met groepsaankopen. Het kan ook voor heel wat andere zaken dan energie, van telecomdiensten tot en met mobiliteit.

De Oostendse Aankoopcoöperatie kan zich bovendien engageren om vooral duurzaam en lokaal te kopen. Het stadsbestuur moet die coöperatie niet zelf runnen, maar wel de stuwende kracht achter zo’n organisatie zijn en de werking subsidiëren, zodat de inwoners beseffen dat het bestuur erachter staat. Zo wordt het een echt gemeenschapsproject van en voor alle Oostendenaars.

2.1.3. Actie 3: In iedere wijk zorgen een wijkcoördinator en straatmanagers voor meer samenhang in de buurt

Oostende heeft een stadsreglement voor inwoners die een straatfeest organiseren. Ze krijgen daarvoor een kleine toelage van 124 euro. Voor een wijkfeest loopt dat op tot 1240 euro en als ze er een muziekbandje bij inhuren, komt er nog eens 400 euro bovenop. De stad heeft voor organisatoren ook een aantal feesttenten ter beschikking. In 2016 werden er 56 feesten georganiseerd, samen goed voor ruim 42.000 euro subsidie. Dat oogt fraai, en toch is het onvoldoende, want nog te weinig inwoners nemen deel aan dat soort gemeenschapsactiviteiten.

Het stadsbestuur moet daar dus nog veel actiever de gemeenschappelijkheid stimuleren en inwoners uit hun huis proberen te halen, zodat ze letterlijk op straat en in hun wijk elkaar beter leren kennen. Op een feestje bijvoorbeeld, maar ook door hen meer bij hun wijkraad te betrekken. De stad heeft daarom iemand nodig die niets anders doet dan zowel inhoudelijk als organisatorisch aan de kar trekken én duwen, zodat er nog meer straat- en wijkinitiatieven komen.. Hij of zij moet inspireren en nieuwe initiatieven helpen vormgeven die veel mensen aanspreken. Ja, dat kan gaan over een jaarlijkse barbecue in elke straat en een nieuwjaarsreceptie voor de hele wijk, maar ook over een infoavond over een kwestie die de straat of de wijk aangaat, een avondje cultuur, de keuze voor een gezamenlijk goed doel, enzovoort.

Zo iemand noemen we een straatmanager. We moeten daarvoor jonge en dynamische krachten  aantrekken en die — waarom niet? — met een extra bonus belonen volgens het resultaat dat hij of zij haalt. Maar het mag daarbij niet blijven.

Per wijk hebben we ook nood aan wijkcoördinator. Die coördinator moet ervoor zorgen dat er tussen alle verenigingen en overheidsinstanties een maximale samenwerking groeit. Die coördinator werkt zowel met een vereniging die een straatfeest organiseert, een jeugdbeweging, het ontmoetingscentrum, hulpverleners van het sociaal huis, plaatselijke seniorenverenigingen, enz. Kortom, met iedereen die actief is in de wijk.

2.1.4. Actie 4:  Oostende: Culturele Hoofdstad van Europa in 2030. Investeren in cultuur.

De Stadslijst erkent de waarde van cultuur in Oostende en wil het brede, gediversifieerde cultuuraanbod garanderen door het huidige logistieke,  communicatieve, infrastructurele en financiële engagement van de stad ten aanzien van de culturele sector te versterken. Op die manier realiseren wij het sociaal grondrecht waarbij  elke Oostendenaar de kans krijgt om deel te nemen aan cultuur . Dit betekent dat we in de komende beleidsperiode samen met alle cultuurpartners een visie en methode uitwerken om bestaande initiatieven te versterken én op regelmatige basis nieuwe ambitieuze trajecten uitbouwen waarbij participatie het uitgangspunt vormt.

In 2030 is het opnieuw de beurt aan Vlaanderen om een kandidaat culturele hoofdstad van Europa voor te dragen. Oostende moet de ambitie hebben om dat te worden. Ambitieus, dat zeker. Het betekent dat we van bij het begin van de nieuwe legislatuur een intendant aanstellen die samen met het stadsbestuur onze kandidatuur voorbereidt en uitwerkt. Nog eens: het is een zeer hoge ambitie, maar Oostende mag ambitieus zijn. Die ambitie houdt ook in dat we een goede structurele financiering voor alle spelers in het culturele veld ( Cultuurcentrum De Grote Post, Kaap, TAZ, Musee, Mu-zee-um, FFO, kleinVerhaal, kunstonderwijs) voorzien voor de hele legislatuur en in ons aanbod de aandacht voor literatuur versterken.

Naast deze prioritaire acties zijn er ook een aantal punctuele vernieuwingen wenselijk. Het gaan om de volgende voorstellen :

  1. Burgerzin groeit van onderuit. We stimuleren dat door positieve inzet van inwoners in de Grote Klok aandacht te geven. Iedere editie van de Grote Klok krijgt een rubriek “ geëngageerde Oostendenaar”.
  2. We leren in de scholen Oostende kennen : scholieren krijgen informatie over Oostende.
  3. Als één procent van de bevolking het vraagt, wordt een punt geagendeerd op de gemeenteraad
  4. Vrijwilligers zijn een onmisbare schakel in onze samenleving. Via een vrijwilligerscentrale brengen we de vrijwilligers samen, maar ook de instellingen die vrijwilligers zoeken. Beide worden door de vrijwiligerscentrale ondersteund.
  5. Naast de vrijwilligerscentrale creëren we een wijkgebonden digitaal bewonersplatform. Op deze manier proberen we wijkbewoners digitaal met elkaar in contact te brengen.
  6. Samen met vrijwilligers van de ontmoetingscentra, wordt ervoor gezorgd dat nieuwe wijkbewoners effectief en stelselmatig bezocht en verwelkomd worden. We maken ze wegwijs in het buurtgebeuren.
  7. Buurtwinkels zijn een belangrijke schakel in het buurtleven. Via het economisch huis ondersteunen we winkeliers en helpen we hen ook om lokale producten te verkopen.
  8. Onbekend is onbemind. Brugfiguren brengen gemeenschappen met elkaar in contact, vooral via de scholen, maar ook via buurtfeesten, dialoogtafels, culturele evenementen, …
  9. We wijzigen de toepassing van W(ijk) I(n) B(eweging). Een aantal “vaste” evenementen die nu via WIB gesubsidieerd worden, kunnen we beter rechtstreeks uit het stadsbudget subsidiëren. En dus gebruiken we WIB voor echte, kleinere wijkevenementen.
  10. Het wijkleven is natuurlijk ook gediend met goed onderhouden pleintjes met zitbanken en speelgelegenheid. Wijkbewoners kunnen daarvoor zelf een deel verantwoordelijkheid opnemen. Het worden daardoor nog meer “hun” pleintjes en zitbanken.
  11. Kleine stukken onbebouwde percelen worden tijdelijk gebruikt door de wijk/stad. Ze worden verfraaid met groen, maar ook fietsenstallingen kunnen er geplaatst worden.
  12. Een polyvalente zaal voor “lage” sporten en voor Rope Skipping in het bijzonder.
  13. Het voorzien van een klimzaal bij de restauratie van de watertoren.
  14. Twee extra kunstgrasvelden op De Schorre. Zo worden de voetbalvelden extra “productief”.
  15. We zorgen ervoor dat alle jeugdvoetballers effectief aan de bak kunnen komen. Het aantal jeugdspelers stijgt snel.
  16. Bouw van een overdekte skeelerpiste op de Schorre met een polyvalente sportzaal. Om internationaal nog mee te tellen is een overdekte skeelerzaal nodig.
  17. Verlicht loopparcours met Finse piste (De Schorre, Maria Hendrikapark). Sporten en fitnessen voor iedereen komt zo dichterbij.
  18. Bij alle culturele initiatieven streven we ernaar om de inwoners maximaal te betrekken. Cultuur moet er voor en door iedereen zijn.
  19. Ensor en Spillaert worden nog meer dan vroeger de spil waarrond ons permanent cultureel aanbod draait.
  20. In ons cultureel aanbod ontbreekt nog te veel het onderdeel literatuur. De komende jaren moeten we dat zeker opvangen.
  21. The Crystal Ship wordt een jaarlijks festival, waarbij ieder jaar in een aantal wijken de bewoners actiever bij de creatie van het kunstwerk worden betrokken.
  22. Wat het toerisme betreft wordt de winterprogrammatie zoals die in 2017-18 voor het eerst werd uitgewerkt, ook de komende jaren aangehouden. De ijspiste in het park is een blijver, waarbij de pijnpunten van het eerste jaar worden weggewerkt.
  23. Het budget van Toerisme wordt met 25 procent verhoogd. Er wordt maximaal gestreefd naar een hogere betrokkenheid van de Oostendenaars zelf.
  24. De voorbije jaren is gestart met een toeristische kwaliteitskamer. De werking van dit adviesorgaan moet versterkt worden, zodat kwaliteit altijd de eerste bezorgdheid wordt als het over toerisme gaat.
  25. Nieuwe verordening rond reclame, weg met opbod en visuele vervuiling. Het uitzicht van een stad bepaalt ook de beoordeling ervan. Er zijn op vandaag te veel schreeuwlelijke en agressieve reclamevormen. Die perken we in.
  26. De reservering voor de ontmoetingscentra worden digitaal mogelijk en daardoor ook transparanter.