2.2. Maximale kansen voor alle Oostendenaars.

In iedere maatschappij, dus ook in iedere stad is het belangrijk dat we de talenten van iedereen zo goed mogelijk laten ontwikkelen. Gelijke kansen voor iedereen is de tweede uitdaging. Alleen een maatschappij waar we alle talenten laten ontwikkelen en iedereen echte kansen krijgt, kan welvarend en gelukkig zijn.

Gelijke kansen voor iedereen is een verhaal van rechten en plichten. Iedereen krijgt kansen. Echte kansen. Wie het moeilijker heeft, minder talenten of mogelijkheden heeft, krijgt specifieke ondersteuning om het toch waar te maken. Wie heel veel talenten heeft wordt gestimuleerd om die maximaal waar te maken. Alleen als iedereen kansen krijgt en ze effectief kan waar maken, worden we een samenhangende, eerlijke en gelukkige maatschappij. Misschien moeten we het daarom niet hebben over GELIJKE kansen, maar over MAXIMALE kansen voor iedereen.

En iedereen heeft ook plichten. Plichten om de gemeenschap te respecteren, maar ook anderen. Om de fundamentele rechten en vrijheden te respecteren, met onder andere de gelijkheid man/vrouw/transgender; holebi/hetero; Belg/persoon met migratieachtergrond, … Het zijn universele waarden die onverbrekelijk verbonden blijven met een sterk beleid voor gelijke kansen. Maximale kansen voor iedereen is de tweede grote uitdaging.

2.2.1. Actie 5 : Sociale rechten automatisch toekennen: Oostende wordt de eerste Social Smart City

Het stadsbestuur geeft heel wat subsidie aan haar inwoners. Sportkans, subsidie bij aankoop van een woning, onderwijscheques, … te veel om op te sommen. Niet iedereen die er recht op heeft, vraagt de subsidie. Meer nog: zij die deze subsidies meest nodig hebben, vragen ze het minst op.

Dat willen we veranderen, door zo goed als mogelijk deze subsidies automatisch toe te kennen. Het bestuur stelt dus zelf vast dat iemand recht heeft en neemt zelf initiatief. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Om dat te kunnen moeten we over veel gegevens beschikken. We moeten ons zo organiseren dat een automatische toekenning mogelijk wordt. Bij de aankoop van een woning door een jonge Oostendenaar bijvoorbeeld, moeten we met de notarissen afspraken maken over welke inlichtingen zij moeten opvragen en aan rechthebbenden doorsturen. Voor de onderwijscheques gebruiken we sociale databanken.

Verderop hebben we het over de Smart City. Veel steden zijn er mee bezig, en willen het vooral inzetten voor problemen inzake mobiliteit, parkeren, enz. Wij willen de eerste Social Smart city zijn.

De invoering zal veel werk vragen, maar het is zeker nuttig werk. Dat nuttig werk mag niet verhinderen dat we ondertussen zo veel mogelijk duidelijkheid en transparantie brengen over formulieren, documenten, kaarten en alle andere administratieve vereisten die bij een welke aanvraag komen kijken.

2.2.2. Actie 6 : Talent onmiddellijk inzetten: geen wachtlijsten voor taallessen

Wie geen Nederlands begrijpt en spreekt, heeft minder sociaal contact en maakt weinig kans op werk. Vandaag moeten nieuwkomers soms 3 maanden wachten op hun eerste taalles. Dit leidt tot apathie en zeker niet tot actie. In principe is het aanbieden van taallessen de verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid, maar de taallessen die de Vlaamse overheid oplegt en organiseert, zijn beperkt tot 4 maal 3 uur per week. Dit is te weinig. Nu al biedt het stadsbestuur via het Economisch Huis een ruimer lessenpakket aan. Daarbij willen we ook focussen op de projecten waar taalstimulering centraal staat. Los van het schoolse aanbod is er ook bewezen dat mensen nood hebben aan ontmoeting waar zij hun Nederlands kunnen oefenen en dit op een interactieve, laagdrempelige manier. Niet alleen de nieuwkomers hebben een taalprobleem. Ook sommige mensen die hier al iets langer wonen en werkloos zijn, moeten we bijscholen.

In de toekomst willen wij financiële middelen extra voorzien zodat iedereen binnen de 2 weken na aankomst taallessen kan volgen en dat voor minstens 24 uur per week. ‘Kan volgen’ betekent ook ‘moeten volgen’. De taallessen volgen is een voorwaarde om een leefloon te krijgen en we volgen dat goed op.

2.2.3. Actie 7 : Een permanente nachtopvang

Dakloosheid is een stijgend fenomeen in de steden. We zien ook dat de West Vlaamse steden permanente opvangplaatsen voorzien: in Brugge zijn er 10 plaatsen, in Kortrijk 20, in Roeselare 10. Daarom zijn van oordeel dat ook Oostende in de toekomst 10 permanente opvangplaatsen moet uitbouwen. Daarnaast blijven we ons inspannen om mensen uit de dakloosheid te krijgen.

2.2.4. Actie 8 : We stoppen de commercialisering van de zorg en richten een openbaar zorgbedrijf op.

De voorbije jaren is er een sluipende tendens naar commercialisering van de zorg merkbaar. We moeten als stadsbestuur hier een tegenwicht aan geven. Dit betekent dat we een kwaliteitsvol en efficiënt zorgbedrijf oprichten, waar alle zorgfuncties van de overheid in gebundeld worden. Het gaat om woonzorgcentra, dagcentra, kinderopvang, thuiszorg, enz. Het openbaar karakter mag de efficiëntie niet aantasten, maar moet er wel voor zorgen dat de zorg én kwaliteitsvol én betaalbaar is. En door een performante speler te blijven, zetten we andere spelers onder druk om dat ook te zijn. Ook senioren, mensen met een functiebeperking, mensen die zorgbehoevend zijn, … zijn er welkom met hun vragen. In de zorgsector brengen we intergenerationele vernieuwingen binnen (zie verder actie 29). Op die manier zorgen we er ook voor dat de kwaliteit in de commerciële zorgsector continu wordt uitgedaagd.

2.2.5. Actie 9 : De stedelijke armoedetoets

Armoede is een schande in de rijke West Europese maatschappij anno 2018. En toch is ze nog altijd hardnekkig aanwezig. Het stadsbestuur heeft maar beperkte hefbomen tegen armoede: betere en betaalbare huisvesting, taallessen zodat mensen aan het werk kunnen, integratieprogramma’s, het programma Kansen voor Kinderen. Bij iedere beslissing is het wel belangrijk na te gaan wat de impact is op de armoede in Oostende. Zo’n armoedetoets heeft maar zin als die goed wordt ontwikkeld en ernstig wordt genomen. Daarom willen we de armoedetest invoeren in 2020, zodat het voldoende goed wordt voorbereid om impact te hebben.

Ook hier zijn een aantal meer punctuele acties noodzakelijk.

  1. De mobiliteitscentrales voor mensen met een beperking en voor oudere minder mobiele mensen moet door het stadsbestuur gestimuleerd en financieel ondersteund worden.
  2. De invoering van een stedelijke mantelzorgpremie. Mantelzorg is belangrijk en de erkenning van de verdienste van mantelzorgers is zeer belangrijk in onze maatschappij. We voorzien een premie van 500 euro per jaar.
  3. Een stedelijke premie om winkels en horeca toegankelijk te maken. Minder mobiele mensen moeten evengoed kunnen winkelen of tafelen.
  4. Tegen 2024 alle stadsgebouwen toegankelijk. Eigenlijk moest dit al lang gebeurd zijn. Maar de komende zes jaar moeten we dit tekort rechtzetten.
  5. Op vandaag is er een wijkgezondheidscentrum. Het stadsbestuur zal de initiatieven om wijkgezondheidscentra in andere wijken uit te rollen, actief steunen.
  6. In het onderwijs blijft het stadsbestuur een regierol spelen. We verhogen opnieuw het aantal brugfiguren en het aantal zorgtrajecten in het onderwijs. Ook in het middelbaar kunnen brugfiguren de brug slaan naar de jongeren toe. Zo hebben zij een neutraal persoon om mee te spreken, hulp te vragen, ….
  7. We zetten extra middelen in tegen het spijbelen.
  8. Het Kunstonderwijs is sterk ontwikkeld in Oostende. We stimuleren samenwerking op de Kunstencampus Leopold. Kunstkans en andere niet-financiële acties maken van dit voorheen soms “elitair” onderwijs een laagdrempelig gegeven.
  9. Wat het hoger onderwijs betreft zijn er duidelijke prioriteiten: luchtvaart, bouw, off-shore, maritiem onderwijs en wellness. We ondersteunen deze richting zoveel mogelijk. We proberen nieuwe richtingen naar Oostende te krijgen. Clean Tech is daar de eerste van. En meer in het algemeen richten we onze aandacht op HBO5 opleidingen, die sowieso best dicht bij de woonplaats worden georganiseerd.
  10. Voedselbank: voedseloverschotten worden gecentraliseerd en verdeeld. Een deel daarvan kan bewerkt worden in een sociaal economie project
  11. Toeleiders voor nieuwkomers in Oostende (uit binnen- en buitenland) vormen de brug naar gepaste organisaties en of informatie.
  12. Uitbreiden van het Regenbooghuis met ruimte voor meer ontmoeting en informatieverspreiding