2.6. Oostende wordt een stad waar jonge mensen en gezinnen graag (blijven) wonen. Tegen 2025 stijgt het aandeel -40 jarigen opnieuw

Oostende is de stad aan zee. De kust trekt een oudere bevolking aan maar in Oostende is dat minder dan elders. Oostende is op Bredene na de jongste kustgemeente. Dit was in het verleden anders. Maar toch blijft het een uitdaging om ook jonge mensen en jonge gezinnen in onze stad te houden, of hen terug naar Oostende te brengen. Het aandeel van de bevolking onder de 40 jaar moet tegen 2025 omhoog. Dat is de moeilijk haalbare, maar ambitieuze doelstelling.

Aantrekken en bij ons houden van jonge mensen en jonge gezinnen, is onze zesde uitdaging. Die maken we concreet door de doelstelling om tegen 2025 het aandeel van de bevolking onder de 40 jaar weer te doen stijgen.

2.6.1. Actie 24: Actie WELKOM THUIS, het aandeel inwoners onder de 40 moet omhoog

Veel jonge mensen gaan studeren of verhuizen als ze jong zijn naar een andere stad of randgemeente. Deze trend is wel minder groot dan voorheen en we zien ook veel mensen terug komen. Er zijn op vandaag meer jonge gezinnen die bijkomen dan weggaan. Dit is een duidelijke trendbreuk. WELKOM THUIS wil ervoor zorgen dat nog minder jonge gezinnen (vooral naar buurgemeenten) vertrekken en wil meer gezinnen die verhuisd zijn terug naar Oostende brengen. Onze doelstelling is duidelijk: het aandeel inwoners onder de 40 moet tegen 2025 weer omhoog. In 2000 waren we de tweede oudste kustgemeente, in 2010 waren we de tweede jongste kustgemeente en in 2030 willen we de kustgemeente zijn met het hoogste aandeel inwoners onder de 40 jaar. We zeggen WELKOM THUIS aan alle jonge gezinnen die in Oostende blijven of terugkeren. Deze actie is misschien de moeilijkste om te realiseren, maar is opgebouwd met zeer concrete maatregelen.

Er is reeds eerder aangegeven dat er een nieuw woonplan moet komen, dat in het verlengde ligt van het eerste. In het tweede woonplan moeten we er zeker van zijn dat er voldoende woningen komen die  jonge gezinnen kunnen betalen. Op vandaag betekent dit woningen of appartementen die tussen de 180.000 en 230.000 euro schommelen.

Om effectief resultaat te boeken, is het nodig de verschillende bouwvergunningen goed te monitoren en met de verschillende initiatiefnemers te overleggen. We zijn ervan overtuigd dat zo’n werkwijze resultaten kan afwerpen. In de verkavelingen Prins Roselaan en Baanhof, maar ook in het project Oosteroever en Mispelplein heeft deze werkwijze resultaat opgeleverd. Het zal wel belangrijk zijn dat we de resultaten blijven monitoren en openbaar maken. Met andere woorden: we publiceren zesmaandelijks hoeveel nieuwe betaalbare woongelegenheden op de markt worden gebracht. Als dat onvoldoende zou zijn, moeten we bij grotere projecten quota durven opleggen bij de bouwvergunning. Maar we kiezen eerst voor overleg en samenspraak. Als we jonge gezinnen willen aantrekken, dan moeten we ervoor zorgen dat er voldoende betaalbare woningen voor hen zijn.

Betaalbare woningen hoeven niet noodzakelijk nieuwe woningen te zijn. Het beleid is er al jaren op gericht om geen appartementsbouw toe te laten in de woonwijken. De appartementen in het centrum en langs de grote invalswegen moeten ook dienen om oudere bewoners een alternatief te geven voor hun te groot geworden woning. Dat alles maakt dat de noodzaak (maar ook de mogelijkheid) om de bestaande woningen te renoveren groot is. Vandaag voorzien we voor jonge gezinnen een aankooppremie. In de volgende legislatuur is het wenselijk voor jonge gezinnen ook een renovatiepremie te voorzien, gericht op eengezinswoningen in de wijken.

Voor jonge gezinnen is kinderopvang en ook buitenschoolse kinderopvang een belangrijke bekommernis. Voldoende en betaalbare plaatsen die langer open blijven. De voorbije jaren is het aantal kinderopvangplaatsen stelselmatig toegenomen en vandaag zijn er in principe genoeg plaatsen. Dat is een gevolg van een actief beleid van het stadsbestuur. De kinderopvang is ook toegankelijker geworden. Maar er zijn nog werkpunten en structurele verbeteringen mogelijk.

Wat het aantal plaatsen betreft moet de eerste aandacht nu gaan naar woningen, die het stadsbestuur gezamenlijk aan onthaalouders aanbiedt. Het statuut van onthaalouder is niet zo gunstig en velen haken af omdat ze alleen, zonder collega’s en in hun eigen huis moeten werken. De voorbije jaren hebben we geëxperimenteerd met het aanbieden van een collectieve infrastructuur en dat werkt. Dus willen we de komende legislatuur 100 plaatsen op die manier invullen.

Een tweede knelpunt is flexibiliteit. Eenvoudiger gezegd: langere openingsuren. Het aantal flexibele opvangplaatsen is stap voor stap gestegen en voor de volgende legislatuur moeten er nog eens 50 flexibele plaatsen bijkomen. Ouders die met twee gaan werken krijgen daardoor alle kansen op aangepaste opvang.

De prijs voor (buitenschoolse) kinderopvang is een volgend knelpunt. Voor de toekomst stellen we ons als doelstelling dat alle kinderopvangplaatsen voor Oostendse kinderen inkomensgebonden worden. De kostprijs is dus gekoppeld aan het inkomen. In principe subsidieert de Vlaamse overheid kinderopvang, maar de subsidies blijven uit. Zolang de Vlaamse overheid dit niet doet, zal het stadsbestuur het doen. Ook hier hebben we dat reeds in een proefproject van 90 plaatsen uitgetest en zijn we klaar voor een veralgemening.

Voor jonge gezinnen met kinderen is de kost voor kinderopvang nog altijd vrij hoog, ook als die inkomensgebonden wordt, zoals we voorstellen. Daarom voorzien we een bijkomende actie inzake kinderopvang. Op voorwaarde dat kinderen minstens twee dagen per week naar de kinderopvang gaan, betaalt de stad de helft van de kosten voor kinderopvang terug voor alle ouders die in Oostende wonen. Ouders die hun kinderen vier dagen per week naar de kinderopvang sturen, krijgen dus twee dagen gratis. Ook voor de Buitenschoolse Kinderopvang (BKO) komen we tussen voor de helft van de kosten. Op die manier zorgen we er mee voor dat alle kinderen de nodige kansen en omkadering krijgen en dat jonge gezinnen dat kunnen betalen. En geven we jonge gezinnen een extra reden om in Oostende te wonen.

Het rijexamen

Vliegtuigpiloten leren vliegen onder andere via een simulator. Voor het leren rijden met een wagen is dat nog uitzonderlijk. Voor het rijexamen worden individuele begeleiders ingeschakeld en dit is best wel duur. De voorbije jaren zijn we gestart met een opleiding via een simulator die wordt aangevuld met een beperkt aantal individuele praktijklessen. De doelgroep bestaat uit jonge Oostendse mensen, onder de 25 jaar, die werkloos zijn.

Maar de kost voor een rijopleiding is niet alleen duur voor hen die werkloos zijn. Daarom moeten we dit initiatief uitbreiden naar alle jongeren onder de 25 jaar die in Oostende wonen. Dit betekent dat we extra simulators aankopen en dat we de begeleiding hiervan optimaliseren. Het niet hebben van een rijbewijs beperkt mensen, zeker jongeren. Dus doen we er iets aan. En ook op die manier trekken we jonge gezinnen aan.

In dezelfde optiek moderniseren we het concept Buitenschoolse Opvang. We laten ons hiervoor inspireren door het Leuvense “Kinderkuren”. In de naschoolse opvang 2.0 wordt iedere school na schooltijd een soort Speelcompagnie. Samen met sportclubs, culturele en sociale verenigingen willen we dat ook na schooltijd de school bruist van het leven. In de naschoolse opvang 2.0 volgen de kinderen allerhande workshops te doen, maken ze pizza, bouwen ze een raket, programmeren ze een robot, leren ze judo, enz. Door dit vanuit het bestuur te organiseren ontlasten we de school, is het voor kinderen extra leuk en wordt het ook voor de ouders eenvoudiger.

Om ons plan te doen werken moeten we niet alleen nieuwe initiatieven nemen. Bestaande initiatieven die goed werken moeten we koesteren. Entree, de speelcompagnie, de sportkampen en speelweken tijdens de vakanties zijn erg goede projecten die we moeten bestendigen.

We vatten deze omvangrijke actie WELKOM THUIS als volgt samen: we zorgen ervoor dat er voldoende nieuwe woningen voor gezinnen zijn; door de invoering van een renovatiepremie voor jonge gezinnen helpen we hen ook om bestaande woningen aan hun noden aan te passen. Er moet voldoende kinderopvang zijn, de vraag naar flexibiliteit in de kinderopvang proberen we beter te beantwoorden. Door gezamenlijke infrastructuur aan te bieden helpen we onthaalouders nieuwe opvangplaatsen te creëren, we maken de kinderopvang inkomensgebonden en betalen de helft terug van de kosten voor kinderopvang voor Oostendse gezinnen. We kopen voldoende simulatoren zodat jongeren goedkoper leren autorijden, buitenschoolse kinderopvang wordt omgevormd naar het model van Kinderkuren en we houden de goede zaken zoals de speelcompagnie, entree,  de vele speelpleintjes, de recreatiekampen, enz.

2.6.2. Actie 25 :Openbaar vervoer voor jongeren veel goedkoper

Goed en goedkoop openbaar vervoer is ook voor gezinnen erg belangrijk. Kinderen kunnen zich met de fiets of te voet verplaatsen, maar het openbaar vervoer is een belangrijke aanvulling. Oostende heeft overigens een dicht netwerk van bus- en tramverbindingen. Vandaag betaalt het stadsbestuur reeds de helft van de Buzzy Pazz voor Oostendse jongeren die in Oostende school lopen of werken. Voor drie kinderen betaalt een gezin nu 429 euro, het stadsbestuur betaalt daarvan de helft terug. Hiermee behoort Oostende tot die steden die het meest bijdragen om het openbaar vervoer goedkoop te houden.

In de toekomst moet die ondersteuning omhoog en moet de Buzzy Pazz kunnen gekocht worden voor 15 euro per jaar. De stad legt de rest bij. Zo stimuleren we maximaal gebruik van het openbaar vervoer door jongeren en maken we het voor gezinnen aantrekkelijker in Oostende te wonen.

2.6.3. Actie 26 : Een fuifzaal achter het station

Jonge gezinnen aantrekken betekent ook dat we de uitgaansmogelijkheden voor jongeren verbeteren. Oostende heeft geen voldoende aanbod van fuifzalen. Verschillende locaties werden uitgezocht, maar telkens waren er obstakels voor de realisatie. Achter het station is een terrein aanwezig dat voldoende groot is om er een degelijke fuifzaal te bouwen, bereikbaar via Hotel Terminus.

De bedoeling is om samen met de jeugdraad en fuiforganisatoren een weldoordacht plan uit te werken, zodat de bouw van deze fuifzaal begin 2019 kan starten. Het zal het uitgaansleven voor jonge en minder jonge mensen ongetwijfeld ten goede komen.

Als extra acties in dit onderdeel denken we aan het volgende.

  1. Vrijstelling gemeentelijke opcentiemen op onroerende voorheffing, gedurende vijf jaar voor gerenoveerde woningen die door de eigenaar bewoond worden en waarvoor een renovatiepremie wordt gegeven.
  2. Een vast starterspakket voor fuiven: het bestuur werkt zo’n pakket uit en stelt het ter beschikking van wie een fuif wil organiseren.
  3. Aantal evenementen in de Langestraat opdrijven tot 10 per jaar, met lokale bands . Op die manier wordt opnieuw een stuk gezelligheid in deze uitgaansbuurt binnen gebracht. De aanwezigheid van de politie blijft belangrijk, maar subtiel.